Slapen in de storm…

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Zojuist lazen we het verhaal van de storm op het meer, een bekend verhaal. De leerlingen zijn met Jezus in een boot en er steekt plotseling een heftige storm op. De leerlingen staan doodsangsten uit terwijl Jezus rustig ligt te slapen. Ze maken hem wakker en vragen of het Jezus dan niet kan schelen dat ze vergaan. Jezus spreekt de wind en de zee bestraffend toe en daarop gaat de storm liggen. De leerlingen blijven verbijsterd achter en vragen zich af: wie is Hij toch? Zo ongeveer is de strekking van dit verhaal, maar wat moeten wij er mee? Hoe moet je dit verhaal lezen? Zelf geloof ik dat in dit verhaal, net als in alle andere bijbelverhalen, meerdere lagen te ontdekken zijn en dat je daarom ook niet kunt zeggen: dit is de betekenis, nee er zijn er meer. Die meer lagen van betekenis hebben ook te maken met welk perspectief je inneemt, met andere woorden afhankelijk van de hoek waaruit je kijkt krijgt dit verhaal steeds een andere betekenis. Het maakt namelijk nogal verschil of je een leerling bent in de boot, iemand aan de kant, of iemand in onze tijd, die dit verhaal leest van papier. Ik wil met u vanmorgen al die lagen eens wat verkennen samen met de verschillende hoeken van waaruit je kunt kijken.

De eerste laag waar je in dit verhaal tegen aanloot is wat je zou kunnen noemen de letterlijke betekenis. Je zou het verhaal kunnen lezen als een verslagje dat door een journalist gemaakt is voor de plaatselijke krant: bootje in nood. Op die manier krijgt het verhaal al snel iets van een wonderkarakter. Er was een storm, maar dankzij de bijzondere krachten van Jezus is dit verhaal goed afgelopen. Die manier van lezen is niet verkeerd, maar stelt ons op z’n minst wel voor een paar vragen en dat geldt eigenlijk voor alle wonderverhalen. Wonderverhalen hebben namelijk iets onrechtvaardigs. Het zou misschien kunnen zijn dat dit bootje letterlijk door Jezus werd gered, maar waarom toen wel en nu niet? Dat is altijd weer de vraag die ons bij een dergelijke lezing zal bezig houden. Waarom toen één klein bootje gered en niet duizenden mensen van de watersnoodramp in Zeeland of van een tsunami. Of neem een ander verhaal: waarom wordt wel Lazarus uit de dood opgewekt, maar niet jouw geliefde, je man, vader of kind. Nee, wonderverhalen zijn mooi maar hebben ook iets onrechtvaardigs en het wordt al helemaal tricky als mensen ook nog eens gaan zeggen dat jij dat wonder niet meemaakt omdat je het misschien niet hebt verdiend. Job, uit wie we ook gelezen hebben, kon daar zelfs razend om worden. Jullie kunnen zeggen wat je wil, maar ik weet dat ik niets verkeerd gedaan heb. Waarom dit onheil mij treft, ik zou het werkelijk niet weten, aldus Job. Toch wil ik niet zomaar voorbij gaan aan die letterlijke lezing van het verhaal, want een bootje dat terecht komt in een storm is wel een ervaring die de mensen in die tijd kenden, een ervaring die ook wij kennen. U moet weten dat het op het meer van Gallilea van tijd tot tijd flink kon spoken. Dat heeft alles te maken met de bijzondere ligging van het meer. Het meer is best een flink water en niet zomaar een recreatieplas. De afmetingen bedragen ongeveer 20 bij 13 km. Een paar jaar gelden waren wij met mensen uit onze gemeente ook op die plek. Het water ligt ruim 200 meter onder de zeespiegel en daardoor kunnen er rare dingen gebeuren. Ik zal u de details besparen, maar het kan door luchtdrukverschillen inderdaad voorkomen dat er zomaar vanuit de stilte plotseling een zeer heftige storm kan opsteken. Als de luchtdrukverschillen opgeheven zijn, gaat die storm ook weer even snel liggen als dat ze gekomen is. In die zin is de storm zelf geen vreemde gebeurtenis, mensen uit de tijd van Jezus kenden het uit eigen ervaring. Overigens hebben Kees en ik een paar jaar geleden iets soortgelijks meegemaakt in Oostenrijk. Het was een prachtige zonnige dag en wij hadden voor een uurtje een elektroboot gehuurd voor op het meer. Terwijl wij daar zo varen komt ineens de waterpolitie naast ons varen: of we zo snel mogelijk terug wilde gaan naar de kant, want er was een zware storm op komst. Er was in onze ogen nog niets te zien, maar we schrokken wel. Terwijl we bijna aan wal waren, zagen we al dat het donker werd en dat er van over de bergen een storm op stak. Net op tijd konden wij aan land gaan en het natuurverschijnsel bekijken vanaf het restaurant met een kopje koffie. De storm was inderdaad flink en op het terras werd ook heel wat schade aangericht. Het duurde niet lang en even later scheen de zon weer en zag alles, behalve die schade, er weer uit alsof er nooit iets was gebeurd. Ik zei al dat de betekenis van dit verhaal kan verschillen afhankelijk van de verschillende perspectieven die je kunt innemen. Ik hoef alleen maar naar onszelf te kijken. Bij ons zat de schrik er wel in, maar bang waren we niet meer, we zaten veilig in het restaurant. Ik denk dat dat heel anders geweest zou zijn als we op dat moment nog in het bootje gezeten hadden. Dat geldt ook voor de tijd waarin dit verhaal zich afspeelt. Stel nu dat je kijkt vanuit het perspectief van iemand die op de oever staat. Hij ziet een aantal bootjes in nood. Vol spanning vraagt hij zich waarschijnlijk af: als dit maar goed gaat. En als alles achter de rug is, hoor je de verzuchting: goddank die zijn er goed vanaf gekomen. Daarna gaat deze toeschouwer weer over tot de orde van de dag. Dat zal heel anders zijn voor iemand die in zo’n bootje zit. De angst die je dan kunt voelen is niet te beschrijven, is werkelijk doodsangst. Het zijn die angsten die wij ook kennen, ook al zitten we niet in zo’n bootje. Ik denk dan aan momenten in de auto waarbij het verkeerd dreigt te gaan, of dat je vol spanning zit te wachten op de uitslag van een risicovolle operatie van iemand die je dierbaar is, of andere momenten waarbij de uitslag betekent erop of eronder. Allemaal doodsangsten die wij in het leven kunnen ervaren. Als het weer over is: kun je opgelucht ademhalen, maar waarschijnlijk sta je nog lang te bibberen op je benen. Dat zal de ervaring geweest zijn van de mensen in de bootjes.  In het verhaal nu lezen we dat er niet één maar meer bootjes waren. Het perspectief van de leerlingen die samen met Jezus in een bootje zaten, is nog weer een heel andere. Dat is het perspectief van iemand die religieus kijkt. De leerlingen denken met Jezus veilig te zijn, maar wat blijkt: als het er op aan komt geven God en Jezus niet thuis. Ook die ervaring kennen we maar al te goed en het kan voor mensen soms zelfs het kantelpunt worden waarbij je je geloof verliest. Als er toch geen hulp komt, waarom zou ik dan nog geloven. Maar in dit geval gaat het anders. Jezus spreekt de wind en de zee bestraffend toe en de dreiging verdwijnt. Hoe het precies gebeurd is, een wonder of niet, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Voor de mensen die het meegemaakt hebben, is dit een ervaring die hun leven verandert. De ervaring dat je door God gered wordt uit de nood. Dat is een ervaring die je voor de rest van je leven met je mee kunt dragen als een soort van vloertje. Als het erop aankomt, dan weet ik dat ik op God kan bouwen. 

Deze letterlijke lezing van dit verhaal zou je de eerste laag kunnen noemen. Alleen al uit die laag halen we drie betekenissen, drie versies van wat er gebeurd is. Ik zet het nog even op een rijtje:

  • het eerste is het perspectief van de buitenstaander, gewoon een natuurverschijnsel waar je naar kijkt: een storm die komt en die weer gaat en gelukkig het loopt goed af.
  • het tweede perspectief is die van de mensen in de andere bootjes: voor hen is dit een existentiële ervaring, een ervaring die stemt tot dankbaarheid, gelukkig we hebben het er goed van af gebracht.
  • het derde perspectief is van de mensen naast Jezus, dat is het perspectief van de verwondering, de religieuze verwondering over wat God in hun leven heeft gedaan. Jezus bracht de storm tot zwijgen.

Tot zover de eerste laag, de tweede laag is eigenlijk de laag van Marcus die het verhaal vertelt. Want waarom zou je dit verhaal opschrijven. Het is natuurlijk een mooi verhaal, maar wat hebben de mensen er in zijn tijd aan. Het zou hetzelfde zijn als wij een sterk verhaal opdiepen op een verjaardag. Weet je nog hoe oom Piet toen ontsnapte aan de dood? Mooi, maar daar blijft het ook bij. Niet voor Marcus. Hij vertelt dit verhaal aan de mensen in zijn tijd omdat zij symbolisch ook in een bootje zitten midden op zee terwijl het stormt. Als Marcus dit schrijft dan spreken we over het jaar 70. Het is een roerige tijd. De tempel is verwoest door de Romeinen en zowel de joden als de nieuwe christenen liggen onder keizer Nero behoorlijk onder vuur. Net als bij de storm was het politieke klimaat heel onberekenbaar. Het kon zomaar vanuit het niets te keer gaan. Wat Marcus nu wil, is dat de mensen vertrouwen houden en daarom vertelt hij dit verhaal. Bij alles wat er gebeurd zegt hij: dit is niet de eerste keer en het komt goed. We moeten vertrouwen. Deze storm waait over want God is bij ons.

De derde laag in het verhaal dat zijn wij. Mensen die het verhaal lezen van papier, uit de bijbel. We leven al lang niet meer onder het juk van een romeinse overheid, maar ook voor ons geldt dat de ervaringen van stormen in het leven nog steeds actueel zijn. Wij vertellen deze verhalen aan elkaar om elkaar te bemoedigen. Om tegenover de angst in ons leven iets anders te zetten, namelijk het vertrouwen. Want vertrouwen is het tegenovergestelde van angst, vertrouwen is geloven, of geloven is vertrouwen. Door het vertellen van deze verhalen roepen we telkens weer het besef wakker dat er Iemand is die boven deze dingen staat… die ze de ‘baas’ is, die aan de storm een einde kan stellen. Zeker, het geloof in deze God is niet vanzelfsprekend. Het zal altijd een geloof tegen de klippen op zijn, een roepen tegen de storm in… soms met het gevoel dat Hij het niet hoort, net als bij de leerlingen toen. Maar: Die hoop en dat vertrouwen tezamen maken wel de basis uit van het bijbelse tegengif tegen de angst. Het is onze taak om dat in deze wereld te blijven verkondigen.

Gemeente, het verhaal dat we lazen kent dus meerdere lagen en meerdere perspectieven. Toch is er nog één perspectief dat we niet verkend hebben en dat is het perspectief van Jezus zelf. Want is het eigenlijk niet wonderlijk dat hij temidden van de storm gewoon ligt te slapen? Hoe kun je dat doen, vragen ook de leerlingen zich af? En toch: Jezus doet het. Hij laat zich door de storm niet van de wijs brengen en eigenlijk roept hij ons op om hetzelfde te doen. Om niet alleen te weten dat de storm voorbij gaat, maar ook om de kalmte te bewaren. Dat zou bij de waan de dag waarin we leven wel eens een hele goede houding kunnen zijn voor ons christenen. Dat we niet met elke wind meewaaien, dat we ons niet van de wijs laten brengen door wat gebeurd, maar dat we rustig gaan slapen, in het vertrouwen dat de wanen van de wereld even snel verdwijnen als dat ze gekomen zijn. Daar zou wel eens de diepste betekenis van dit verhaal kunnen liggen, namelijk de oproep om Christus in onszelf te laten opstaan, zodat de stormen gaan liggen. Eigenlijk is het dat je de angst voor de wereld laat varen en leeft in de rust en kalmte die God is. 

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.