Pasen! Vrij!

Beste kijkers thuis, gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Vandaag is het een bijzondere en ook wat vreemde dag, bijzonder en vreemd omdat een groot aantal dingen samenvallen. Allereerst is het natuurlijk Pasen, de dag waarop we vieren dat Jezus van de dood is opgestaan, vandaag is het ook 75 jaar gelden dat Heino werd bevrijd van de Duitse bezetter en vandaag hebben we ook nog eens te maken een tijd die getekend wordt door het coronavirus. Met name dat laatste maakt het vieren van Pasen en de bevrijding van Heino lastig. Ik persoonlijk tenminste vind het heel lastig om tegen die achtergrond van het coronavirus een preek te houden die de goede toon aanslaat. Bij Pasen en de bevrijding van Heino hoort immers een uitgelaten feeststemming, hoort blijheid en Paasjubel, maar door het coronavirus kunnen we daar misschien niet zo goed bijkomen en voelt het misschien ook ongepast. Het coronavirus maakt mensen eerder bang, verdrietig, somber of zelfs depressief. Opstaan uit de dood? Vrijheid? Zo voelt het voor velen niet. Het is alsof we nog midden in de dood zitten, midden in een tijd die helemaal niet vrij is. En daar komt bij dat we ook geen uitzicht hebben op wanneer het allemaal over is. Nee, we kunnen nu niet samen feest vieren omdat we domweg nog te maken hebben met de maatregelen waardoor we beperkt zijn in ons doen en laten. En als we het wel  zouden doen, ja, dan zouden we weer voorbij gaan aan de mensen die ziek zijn of komen te overlijden. Ik vind het in ieder geval allemaal heel lastig. iK heb daar een tijd over zitten nadenken en bedacht toen dat het ons vanmorgen misschien helpt om de aandacht niet zo zeer op Jezus te leggen, maar meer op Maria van Magdala, Maria Magdalena zoals ze beter bekend is. Ik denk namelijk dat wij ons in haar heel goed kunnen herkennen, ja dat het in haar concreet wordt wat Pasen en bevrijding betekent. Het helpt mij nu niet om mooie gedachten te hebben over de opstanding van Jezus, want preken over de opstanding van Jezus kan ook maken dat het ver van ons af blijft. Bij Maria is dat anders, het is een vrouw van vlees en bloed, een gewoon mens zoals wij. Op een bepaalde manier zou je kunnen zeggen dat de verwarring waar wij nu mee te maken hebben, zich ook in haar afspeelt. De onzekerheid, de angst, maar ook vrijheid en Pasen! En daarom heb ik in deze dienst er toch voor gekozen om veel vrolijke paasliederen te zingen, omdat Maria in al die verwarring heeft ervaren dat het daar niet bij blijft, dat het verder gaat, dat er hoop is, leven.

Maria weet wat Pasen is, Maria weet wat opstanding is. Dat is ook wat Johannes de evangelist ons als eerste verteld. Maria is opgestaan! In eerste instantie heel letterlijk: Vroeg  in de morgen is Maria opgestaan om naar het graf van haar geliefde Jezus te gaan, maar ik denk dat we straks ook kunnen zien dat ze ook op een andere manier is opgestaan, opgestaan net als Jezus van de dood. Trouwens over dat gewoon opstaan van je bed, in beweging komen, moet je niet laatdunkend denken. Daar begint het mee, altijd weer. Ik was eens in het klooster van Maarssen en daar vertelde een zuster mij wat de opstanding concreet voor haar betekent: nou, gewoon zei ze, elke dag opstaan, en leven, doorgaan, nooit opgeven. Dat Maria zo vroeg in de morgen is opgestaan, is dus eigenlijk best wel bijzonder. Het had ook anders kunnen gaan. Maria had, in onze ogen, alle reden gehad om in bed te blijven liggen, om somber te zijn. Ze had immers de zwaarste dag van haar leven achter de rug. De dag ervoor was het sabbat geweest. Eigenlijk zou zo’n dag net als bij ons de zondag een bijzondere dag, een feestdag moeten zijn, maar voor Maria was het de zwartste sabbat geworden die zij in haar leven ooit heeft meegemaakt. Maria was er immers getuige van hoe Jezus aan het kruis werd vermoord, juist deze Jezus die zo veel voor haar betekent had. Ja, eigenlijk had ze heel haar leven hem te danken. Want, wat de evangeliën ons ook vertellen, is dat deze Maria uit het dorpje Magdala, ooit een heel andere vrouw was. Ooit was ze bezeten door zeven demonen. Ooit was haar leven één donkere tunnel. Als nou iemand weet hoe is het om te leven zonder perspectief, als nou iemand weet hoe is om niet vrij te zijn, dan is zij het wel. Ze was bezeten, letterlijk zou je dat kunnen vertalen met dat ze niet zelf leefde, maar dat iemand anders haar bezet hield, in haar was gaan zitten. Bezeten, bezet, bezitten, het zijn woorden die aan elkaar verwant zijn, maar ze betekenen allemaal dat je niet vrij bent. Bij die demomen denken wij al heel gauw aan geesten, maar je moet het ook breder zien. Er is namelijk heel veel wat een mens bezet kan houden. Letterlijk gebeurde dat hier in Heino de Tweede Wereldoorlog, dat Duitsers ons land bezet hielden, dat vijanden van onze levens bezit namen. We waren niet meer vrij. Maar ook vandaag kan dat zo zijn. Ik hoef u denk ik niet allemaal op te sommen waar een mens vandaag de dag van bezeten kan zijn. Hoe dan ook Maria kende een periode in haar leven dat ze niet zichzelf was, maar dat haar leven een donkere tunnel was zonder uitzicht. Dat werd anders op het moment toen ze Jezus ontmoette. Hij sprak met haar en bevrijdde haar. Bijna als op de eerste scheppingsdag. En god sprak licht en er was licht. Zo kan aandacht, een gesprek, werken. Af en toe gebeurd dat ook in het pastoraat. Dat je iemand kunt helpen om zich te bevrijden van wat hem of haar bezet houdt. Die ontmoeting met Jezus veranderde haar leven. Voor Maria was de zon in haar leven weer gaan schijnen. Ja, je zou kunnen zeggen dat Jezus voor haar de zon was. Het valt dan ook goed te begrijpen dat ze graag dichtbij hem wilde blijven. Dat zij een leerling van hem wilde worden om ook andere mensen te bevrijden. Maar nu was het over. Jezus, haar zon, was vermoord. Het was de zwartste sabbat ooit. Na de terechtstelling van Jezus was ze naar huis gegaan om te gaan slapen, maar ik vraag me af of er van slapen wel veel terecht is gekomen. Angst, onzekerheid, verdriet, het zal haar allemaal hebben aangevochten in de nacht. Ja, ze had alle reden om somber te zijn, verslagen, om in bed te blijven liggen, maar toch gebeurde dat niet. Ze stond op! Ze stond op en ging naar het graf van Jezus. Daar wordt ze bevangen door verdriet, ze huilt. Haar leven lijkt opnieuw op die donkere tunnel, zeker als ze in het donker van het graf kijkt en er geen licht ziet, geen zon, geen Jezus. Dan draait ze zich om en ziet ze een tuinman, tenminste dat denkt ze. Ze vraagt aan de tuinman of hij misschien weet waar Jezus is. En dan gebeurt er iets wat voor Maria de kern van Pasen is. Opnieuw wordt ze uit de tunnel gehaald. Opnieuw wordt ze bevrijd. Hoe? De tuinman spreekt haar aan met haar naam “Maria”. Het lijkt zo gewoon, dat je er bijna over heen leest. Maar zo gewoon is het helemaal niet. Iemand met een naam aanspreken is iemand zien, is ook iemand uit de massa van mensen te voorschijn roepen en dus iemand tot een individu maken. Het noemen van iemands naam, is zeggen: jij mag er zijn, ik zie jou staan. Als we even terugdenken aan de tweede wereld oorlog dan is het precies dat wat maakt dat een oorlog zo onvrij maakt. Voor een vijand bestaan er geen individuen, voor een vijand is er alleen maar een massa, een menigte, die desnoods vernietigt moet worden. De vijand kent geen mensen bij naam. Dat is wat oorlog is. Op het moment dat Maria haar naam hoort, wordt ze uit het donker naar voren geroepen en op datzelfde moment weet ze ook wie het is die haar naam spreekt. Ze herkent in de tuinman Jezus. Misschien niet eens zozeer dat ze hem lichamelijk herkent, maar wel heeft ze in deze tuinman dezelfde ervaring als eerder in haar leven. Er wordt over het verdrijven van die demonen niet veel verteld, maar misschien heeft Jezus daar wel hetzelfde gedaan. Heeft Jezus tussen al die demonen die haar bezet hielden, die haar eigen zelf hadden verdrongen, gezien dat daar nog iets onder lag, iets van haar zelf, iets eigens. Het noemen van haar naam was het terug krijgen van haar leven. Jij Maria, bent meer dan wat jou bezet houdt, wat jou in bezit neemt. Het lijkt klein, maar het is groot. Iemand mogen zijn, is vrij zijn, is leven, is leven uit de dood vandaan.

We zijn getuige van een buitengewoon intiem moment. Hier stroomt de liefde van de bevrijder God naar een mens, een God die mensen kent als individu en van hen houdt. Maria beseft dat het hier om meer dan de tuinman gaat en op haar beurt noemt ze de tuinman Raboeni, mijn meester. Dan grijpt ze hem vast. We kunnen ons dat denk ik goed voorstellen. Als je zo bent gezien, als je zo tot leven bent gewekt, ja dan wil je je bevrijder niet loslaten. Ik kan me goed voorstellen hoe de canadezen 75 jaar geleden werden omhelst, vastgegrepen, aangeraakt. Maar merkwaardig genoeg wil Jezus dat niet hebben. Raak me niet aan zegt Jezus. Toch geloof ik niet dat Jezus bedoelt dat Maria hem letterlijk niet mag aanraken, nee wat hier bedoelt wordt, is dat Maria Jezus niet mag vastklampen, vasthouden. Het is mooi dat zij bevrijd is, maar er zijn nog zoveel mensen die dat niet zijn, die nog bevrijd moeten worden. Laat mij gaan, zegt Jezus, om dat te doen.

Lieve mensen, ik denk dat Maria inderdaad op twee manieren is opgestaan. Letterlijk, ’s morgens vroeg van haar bed, maar ook figuurlijk. Ze is een ander mens geworden door de ontmoeting met de Opgestane. Ze is bij haar naam geroepen, tevoorschijn geroepen en vrij gemaakt. Dat is wat Pasen is, ook voor ons. Pasen is gezien worden. Pasen is uit de dode massa tevoorschijn worden geroepen. Pasen is God liefhebben als je bevrijder, is Jezus willen vasthouden, maar tegelijkertijd ook loslaten zodat hij ook bij andere mensen kan komen. Pasen is: bevrijdt worden van alles waarvan je bezeten kunt zijn: van jezelf, van je geld, van je werk, van je vrije tijd, van je titels, van je persoonlijke mogelijkheden, van de verwachtingen die anderen van je hebben, van je geloof in maakbaarheid, van je controlezucht, van je gevoel dat je moet presteren, van je verslavingen. Pasen is: het feest van je bevrijding vieren. 

Nu zou ik hier kunnen eindigen, maar dan vergeet ik nog iets belangrijks. Weet u nog dat ik zei dat Maria dacht dat het de tuinman was die haar naam uitsprak. Misschien was het ook gewoon zo. Jezus is opgestaan, maar we treffen hem aan in een tuin, aan het werk, schoffelend en wiedend. Die tuin doet denken aan het begin van de schepping, aan die andere tuin, waar het mis ging. Het is alsof de draad hier weer wordt opgepakt. Jezus heeft die tuin niet afgeschreven, heeft onze wereld niet afgeschreven. Nee, er is werk aan de winkel. Er moet van deze aarde iets moois worden gemaakt, een lusthof, waarin mensen vrij zijn. Maria krijgt dan ook een opdracht. Ze moet het aan de anderen gaan vertellen dat ze de Heer heeft gezien. Ze moet opstaan en zelf aan het werk gaan, ze moet een tuinvrouw, tuinman worden in deze wereld van God. Dat is ook de opdracht aan ons. We worden bevrijd, geroepen bij onze naam, maar die bevrijding is er niet alleen voor onszelf. We worden ook geroepen om mee te werken met de Opgestane, om met de Tuinman om te werken aan een nieuwe Schepping. Daarom mogen we vandaag bij alle donkerte en zwaarte toch al jubelen en feesten. Want het donker en de dood hebben niet het laatste woord. Christus heeft ze overwonnen. Hij is ons licht, onze zon, onze hoop voor u en jou, voor deze wereld. Halleluja.

Amen. 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *