Loslaten: gedachtenis van de overledenen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als wij de keuze hadden gehad, dan zouden we hier vandaag wellicht niet zitten. In het afgelopen jaar hebben velen van u afscheid moeten nemen van een dierbare, je man of vrouw, vader of moeder, kind of vriend. Nee, als wij de keuze hadden gehad, dan hadden we hier nu niet gezeten. De dood is ons overkomen en bijna altijd kost het ons grote moeite om onze dierbaren los te laten. En zelfs als we het onze dierbare om zo te zeggen gunnen, om te gaan, omdat anders het lijden te groot zou zijn geworden, dan nog kost het ons moeite om hem of haar los te laten. Nee, als wij de keuze hadden gehad, dan hadden we hier vandaag niet gezeten. Toch zijn we hier, want de dood is gekomen en laat zich niet meer terugdraaien. We komen hier om de naam van onze dierbaren hoog te houden, om deze nog éénmaal in het openbaar uit te spreken. We zijn hier ook gekomen omdat het leven toch sterker is dan de dood. Naast alle verdriet willen we ergens ook verder en zijn we op zoek naar ankers van hoop die ons op de zo moeilijk weg kunnen begeleiden. Hier lezen we daarom verhalen van mensen, mensen zoals wij, maar ook mensen die hun leven zagen als geplaatst onder de hoede van de Eeuwige. Dat gaf hun moed en kracht om dood, verdriet en tegenslag te overwinnen. Misschien kan daarom het verhaal van vandaag ons wat helpen, steunen. Want ook in dit verhaal, lijkt het te gaan over loslaten, de moeite die dat kost, de ontreddering, vertwijfeling, maar, en daarin ligt misschien de hoop, ook het weer verder gaan. Eigenlijk is het verhaal dat we vandaag gelezen hebben een heel persoonlijk verhaal. Het is de weerslag van hoe Elisa de dood van zijn grote leermeester Elia heeft beleefd, het verhaal van wat hij heeft meegemaakt en gezien. Natuurlijk is het zijn verhaal, ook nog eens gedompeld in de taal en de traditie van het volk Israël, maar ik denk dat het voor ons toch herkenbaar is. Voordat ik er verder op in ga, is het misschien wel goed om kort iets te zeggen over de beide hoofdpersonen, Elia en Elisa. Als eerste Elia. Hij was één van de grote profeten van Israël, misschien wel de grootste. Hij leefde in de tijd van koning Achab. Hij had het lef om tegen deze koning op te treden, hem terecht te wijzen. Als persoon had hij wat eigenaardige trekjes, maar misschien moest dat ook wel om klokkenluider te kunnen zijn, op te komen voor het recht van de zwakken. Dat was wat hij deed. Maar al tijdens zijn leven wees God voor Elia ook een opvolger aan. Dat is onze andere hoofdpersoon, Elisa. Elia vond hem toen hij zijn akker aan het ploegen was. Elia moet hem zalven. We hebben bij de lezing over de mantel van Elia gehoord. Die mantel speelde van het begin af aan al een rol. Als Elia Elisa ontmoet gooit hij namelijk zijn mantel over hem heen. Symbolisch legt hij hem daarmee als het ware de rol van profeet op. Van die dag af volgt Elisa Elia op de voet. Je kunt je voorstellen dat als je zo lang met elkaar optrekt er een band ontstaat die vergelijkbaar is met de banden die wij kennen in het huwelijk, in vriendschappen of tussen ouder en kind. Zo’n band waarvan je niet wil dat er ooit einde aan komt, want je kunt elkaar niet missen. Helaas weten we ook maar al te goed dat deze hechte banden hier niet voor altijd kunnen blijven bestaan. Zo ook de band tussen Elia en Elisa. De tijd is gekomen dat Elia niet lang meer in het land van de levenden zal zijn. Zijn taak zit erop, zijn leven is voorbij. Iedereen in het verhaal lijkt dat ook te beseffen, Elia en Elisa zelf, maar ook de mensen om hun heen. Ze weten het, nu gaat het gebeuren, maar het lijkt wel alsof Elisa er nog niet aan wil. Het lijkt wel alsof Elisa zijn grote leermeester nog niet wil loslaten. Ik denk dat wij dat kunnen begrijpen. Het gevoel van iemand te moeten missen, zijn of haar nabijheid. Toch speelt er in dit verhaal meer mee dan alleen het loslaten van een emotionele band. Elisa wist namelijk ook heel goed dat als Elia komt te sterven de rol van profeet op hem over zal gaan en dat is eng. Kan hij dat wel, is hij daar nu al wel klaar voor? Ook die angst kennen wij, denk ik. Het is niet alleen het loslaten van de band met onze dierbaren, maar ook daarin de eigen vragen als „kan ik het straks wel alleen, kan ik er straks net zo voor mijn kinderen zijn, als wij nu samen, kan ik wel op eigen benen staan als je geen ouders meer hebt om op terug te vallen, ouders die als enige dicht aan je wieg hebben gestaan, wie ben ik eigenlijk zelf, zonder die ander. Ben ik nog wel iemand? Als ze samen uit Gilgal vertrekken zegt Elia: Blijf jij hier, de HEER wil dat ik naar Betel ga. Het lijkt erop alsof Elia heel goed voelt dan het laatste stukje van zijn leven is begonnen en dat hij dat eigenlijk alleen moet doen. Maar Elisa wil niet, hij wil hem niet loslaten. Zo waar de Heer leeft en zo waar u leeft er is geen denken aan dat ik u alleen laat gaan. Het zal u bij de lezing wel opgevallen zijn, maar dit moment speelt zich maar liefst drie keer af.Blijf jij hier Elisa, de Heer wil dat ik naar Betel ga. Blijf jij hier Elisa, de Heer wil dat ik naar Jericho ga. Blijf jij hier Elisa, de Heer wil dat ik naar de Jordaan ga. Drie keer wil Elia alleen gaan en drie keer antwoordt Elisa dat hij er niet aan denkt om Elia alleen te laten gaan. Ik zal u niet verlaten. Hier klinkt iets door van de grote moeite die het ons kost om een dierbare los te laten. Dat doe je niet zomaar, dat kun je ook niet zomaar. Er moet nog een hele weg worden afgelegd. Het opvallende in dit verhaal is dat er tussen Elia en Elisa nauwelijks over de dood wordt gepraat. Ze gaan de weg in stilte. Het zijn de profeten van Betel en Jericho die Elisa met de neus op de feiten willen drukken. Zie je het dan niet. Je leermeester Elia zal vandaag nog van je worden weggenomen. Het irriteert Elisa. Ik weet het, zeg nu maar niets. Ze zwijgen, maar ze gaan wel sámen verder. Elisa is bereid om stap voor stap met Elia mee te gaan. Ze gaan van Gilgal, naar Betel, naar Jericho, naar de Jordaan. Allemaal plaatsen die in de geschiedenis van Israël van grote betekenis zijn geweest. De gang langs die plaatsen is als een gang door de geschiedenis, als een terugblik op je leven. En zo, al terugblikkend, dalen Elia en Elisa samen af  naar de Jordaan, de rivier die de grens vormt met het beloofde land, de grensrivier. In eerste instantie lijkt er geen doorkomen aan, maar als Elia zijn mantel pakt, die oprolt en ermee op het water slaat, wijk het water uiteen en kunnen ze samener door. En dan, midden in de rivier vraagt Elia: heb je nog een wens, kan ik nog wat voor je doen? De laatste vraag. Elisa hoeft er niet lang over na te denken: geef mij het dubbele van uw geest. Het is geen gekke wens. Elisa beseft dat hij er straks alleen voor staat en dat dan van hem straks dezelfde krachten worden verwacht als toen ze samen waren. Samen stonden ze sterk. Maar het betekent ook nog iets anders. In de bijbel krijgt de eerstgeboren altijd een dubbel deel van de erfenis. Eigenlijk vraagt Elisa hier ook dat hij Elia’s zoon mag zijn. Dat hij het waard is om zijn opvolger te zijn. En dat is een moeilijke vraag, zo zegt Elia. Het hangt ervan af of je „ziet” wat er mij gebeurd. Beleef je mijn sterven straks als een gewone dood of zie je dat ik opgenomen wordt door de Eeuwige. Het hangt ervan af of Elisa kan zien dat Elia geborgen wordt door God, of wij kunnen zien dat onze doden geborgen zijn bij de Eeuwige.  En terwijl ze zo aan het praten zijn, komt er een vuur en wind en wordt Elia weggevoerd naar omhoog. Dit blijft voor Elisa niet verborgen, nee hij ziet het en daarmee kan hij ook uitroepen „vader, vader”. Hij ziet het en in die zin is hij werkelijk een zoon van de grote profeet geworden, een ziener. Op dat moment kan Elisa ook weer terugkeren. Nu kan hij Elia loslaten omdat hij „gezien” heeft dat de Eeuwige zich over hem heeft ontfermd. Zo kan het ook ons gaan. Zien soms even dat onze dierbaren geborgen zijn. Dat kan maken dat je de kracht weer krijgt om terug te keren naar het land van de levenden. Nee, dat is niet altijd een makkelijke tocht. Ook niet voor Elisa. Terugkerend komt ook hij weer de grensrivier te staan, nu als grens naar het land van de levenden. Kan hij terug, en hoe moet dat dan, er is toch water? Hij staat er en roept vertwijfeld uit: waar is nu die God van Elia? Zo kan het gaan, op het ene moment heb je gezien, op het andere moment is de twijfel weer daar. Daar staat hij met in zijn hand de mantel van Elia. De mantel, die hij ooit symbolisch kreeg opgelegd. De mantel die staat voor de erfenis van Elia, voor dat wat hij heeft nagelaten. Het is alsof hij dat nu pas ontdekt. Zo staan ook wij met de herinneringen van onze dierbaren voor de grensrivier die ons scheidt van de levenden. Maar dan, dan pakt Elisa de mantel, slaat er net zoals Elia mee op het water en het water wijkt. De profeten die staan te kijken interpreteren het als dat Elisa in zijn kracht is gekomen. Zo kan het ook ons gaan met wat ons rest van ons dierbaren. Of het blijft een lege omhulling, een herinnering, of het lukt ons om deze dingen in te zetten als middel om ook zelf terug te keren naar het leven. Doen zoals je partner deed, doen zoals je vader of moeder deed, doen zoals je kind deed. Zo vertelt Elisa ons zijn verhaal. Hoe het hem gelukt is los te laten, te zien en verder te gaan in de voetsporen van zijn meester Elia. 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, als wij de keuze hadden dan hadden we hier vandaag niet gezeten. Maar die keuze is niet aan ons. De dood is ons overkomen. Het loslaten kost ons grote moeite. We leven met pijn en verdriet. Maar misschien, misschien, mogen we net als Elisa gaan „zien” dat onze dierbaren geborgen zijn. Voor Elisa is dat het moment waarop hij terug kan gaan en zijn rol als profeet op zich nemen. Moge de Eeuwige ook ons dat inzicht geven en de kracht om in verbondenheid met wie ons lief waren door te gaan.

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.