Het woord is “vlees” geworden…

Preken voor de televisie is toch echt anders dan preken voor een volle kerk. Dat begint voor mij al met de vraag: hoe zal ik u noemen. Begin ik zoals gewoonlijk met “Gemeente van onze Heer Jezus Christus”, of met iets laagdrempeligers als “lieve mensen”. Het eerste klinkt nogal stijf en ouderwets en dus zou je al snel kunnen denken dat “lieve mensen” veel beter is. Maar is dat zo, zijn wij wel “lieve mensen”. Als ik u zo noem, dan moet dat natuurlijk wel een beetje kloppen. Zijn wij altijd wel zo lief en aardig. Laat ik het maar bij mezelf houden: ik ben dat in ieder geval niet. En ik heb het vermoeden dat u dat ook niet altijd bent. Lief en aardig zijn dat is soms de buitenkant. Wie van ons heeft ook niet een andere kant. Naar buiten toe lief, maar soms naar je familie, kinderen, helemaal niet zo lief en aardig. Wie van u zal nooit eens roddelen, kwaad spreken over andere mensen of is soms regelrecht tolerant. Wat zeggen andere mensen eigelijk van ons? Vinden ze ons bijvoorbeeld aardig en gastvrij? Of ervaren zij dat we voor sommige mensen toch liever de deur dicht houden. Nee, mensen hebben allerlei karaktertrekken. We kunnen soms pestkoppen zijn, mensen die er een satanisch genoegen in scheppen om anderen onderuit te halen. We kunnen soms grote ego’s hebben en meer uit zijn op het eigenbelang, de eigen macht dan om te geven om het belang van anderen. We zijn ook de mensen die met tegenzin belastingen betalen of als het zo uitkomt deze ontduiken. Soms zijn wij de mensen die ons geld niet altijd op een eerlijke manier verdiend hebben, of dingen hebben gekocht waarmee wij kinderen hebben uitgebuit in de derde wereld. We kunnen soms vreselijk zeuren, mopperen, krenterig zijn of we gaan onze grenzen over, drinken een glaasje te veel, nemen het niet zo nauw met de verkeersregels waardoor we anderen in gevaar brengen. Dat alles zijn wij ook, ben ik ook.  Dus als ik zou zeggen “lieve mensen” dan klopt dat ook weet niet helemaal, al was het alleen maar omdat ik geen groot hart heb en lang niet iedereen aardig of lief vindt. Als ik dus de preek zou moeten beginnen dan zou ik eigenlijk niet moeten zeggen “lieve mensen”, maar eerder zoiets als zootje ongeregeld, schorremorrie van de staat, want dat zijn wij ook. Maar ja, omdat dat niet zo netjes is, kan ik de preek niet elke zondag zo beginnen en dus gebruik ik meestal maar de klassieke woorden “Gemeente van onze Heer Jezus Christus”. Zoals nu:

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, maar wacht even, dit zijn niet zomaar woorden, maar woorden waarin precies de kern zit van de boodschap van kerst.  Ondanks dat wij, u en ik, een zootje ongeregeld zijn, zijn wij toch gemeente van onze Heer Jezus Christus. Daar draait het om. Daarom preek ik vandaag ook niet over het kerstverhaal uit Lucas. Dat verhaal geeft al gauw aanleiding tot allerlei lievige woordjes. We hebben het dan over een kindje in de kou, over herdertjes, over engeltjes, ja van alles maken we een verkleinwoord, zodat het verhaal gaat klinken als was het geschreven voor kinderen of oudevandagen. Ook stellen wij ons door Lucas de geboorte van het kindje graag voor als gebeurde dat onder erbarmelijke omstandigheden. Geboren in een stal omdat er geen plek was in de herberg. Je denkt al gauw, ach gut wat zielig, maar dat is het helemaal niet. Zeker niet in die tijd. Een stal was een prima plek om te bevallen en je bovendien had je een dak boven je hoofd. De omstandigheden vielen eigenlijk best wel mee, zeker als je dat vergelijkt met de omstandigheden waarin heel veel vluchtelingen op dit moment verkeren, of alleenstaande moeders die hun ongewenste kind ergens ter wereld brengen en achterlaten. Nee het verhaal uit Lucas wordt al gauw zoet en romantisch. En tot overmaat van ramp gieten wij daar zelf ook een vroom sausje over heen, zo van:  ach gut, wat was het allemaal erg en dus laten we lief zijn voor elkaar en laten we op aarde de vrede bewaren. Een prima boodschap, daar niet van, maar er staat voor mijn gevoel veel meer op het spel. En juist dat wordt vanmorgen haarscherp verwoord door de evangelist Johannes. Hij vat zijn kerstverhaal als het ware samen in de schokkende woorden: en het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Het woord is vlees geworden. Dat hakt er in. En dat is precies de bedoeling van Johannes. Ik vermoed dat u dat niet onmiddellijk kunt navoelen en dat komt door de tegenwoordige bijbelvertaling. Daarin staat: en het woord is mens geworden. Dat klinkt natuurlijk wel mooi, maar ook weer net weer iets te lief, te romantisch, te gelikt. Wat er staat is simpelweg dit: het woord is vlees geworden, vlees, en dat is schokkend als Johannes dat zo zegt. Nu moet u weten dat er in de tijd van de bijbel over dat vlees bepaald niet positief werd gedacht. De mens bestaat uit vlees en het is precies dat vlees waar al die nare eigenschappen van ons aan kleven. Het is het vlees dat maakt dat wij driftig kunnen zijn, dat we lusten hebben, dat we een ander willen doden om zelf te overleven. Het vlees dus als iets minderwaardigs. Er zijn in de geschiedenis telkens weer mensen geweest die dachten dat wij er daarom beter zoveel mogelijk van dat vlees te ontdoen. Er zijn hele generaties geweest die zichzelf hebben gegeseld, gemarteld, uitgehongerd, seksueel onthouden, om zo een beter mens te worden en dichter bij God te komen. Trouwens, dat is niet alleen iets van lang geleden, maar ook wat je nu tegenkomt bij moderne goeroe’s. Je kunt jezelf verbeteren, zeggen zij, door geen vooral aandacht te schenken aan hoe je denkt. Dat zijn de mensen die vooral in het hoofd gaan zitten, die het leven vergeestelijken. Het vlees dat bungelt er dan een beetje bij. In de tijd van Johannes heerste dus de gedachte dat het vlees niet zo veel voorstelt en dat het eigenlijk niet waardig is om iets met God te maken te hebben. Daar komt ook nog steeds onze gedachte vandaan dat seks en God, dat genieten en God niet met elkaar kunnen samengaan. Johannes gaat daar met zijn schokkende boodschap dwars tegenin. Het woord is vlees geworden. God moeten we niet buiten het vlees zoeken, buiten onszelf, nee God heeft het juist de moeite waard gevonden om zich te bekleden met dat menselijk vlees. Dat is schokkend en bevrijdend tegelijk. Het zegt namelijk ook iets over wie wij zijn…: namelijk dat wij in de kern iets van God met ons mee dragen… De geboorte van Christus gaat dus volgens Johannes niet buiten ons om. De geboorte van Christus vindt ook in ons plaats… Dat is misschien een vreemde gedachte. Zo zijn wij niet gewend om over Jezus te denken. Wij zien hem vooral als iemand buiten ons. Jezus wordt door ons al gauw voorgesteld als bijvoorbeeld een mens die goed leefde, die zo goed leefde dat hij het waard is om na te volgen. Of Jezus wordt voorgesteld als een een soort van wonderdoener. Iemand die er voor jou is om je problemen of ziektes op te lossen. Of Jezus wordt een verlosser, iemand die ons kan redden. Of een bevrijder, of een rebel, een leraar, noem maar op. Dat alles is zoals wij meestal tegen Jezus aankijken. Als een persoon uit de geschiedenis van wie we wat kunnen leren, aan wie we wat hebben. Johannes spreekt dat niet tegen, maar hij gaat een stapje verder. In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het woord was God. En juist dat Woord, dat God zelf is, is vlees geworden. Waar het om gaat is dat wij in Jezus kunnen zien wie God zelf is. En niet alleen dat, maar ook dat wij door Jezus kunnen zien wie wij zelf zijn. Dat God aan de oorsprong staat van ons bestaan, dat hij zich met mensen inlaat, dat hij zich met ons inlaat, ja, dat hij in ons geboren wil worden. Wij mensen zijn wezens van vlees en bloed, maar worden door God waardig genoeg geacht om in te wonen. Als het dus ergens over gaat met kerst dan is het dat wij door dit verhaal God in ons zelf gaan zoeken, dat wij gaan zoeken naar die plekken in ons hart waar het kind in ons geboren kan worden. Een beroemd theoloog heeft ooit eens gezegd: al was Christus duizend keer geboren in de stal van Bethlehem, maar niet in jouw hart, het zou totaal waardeloos zijn, zonder betekenis. Precies daar gaat het om. Niet de geboorte van Christus als een romantische gebeurtenis in deze wereld, maar als een gebeurtenis in ons. Ja, juist met kerst vieren wij dat wij als zootje ongeregeld uitgekozen zijn om iets van de goddelijke glans in deze wereld te laten schijnen, met kerst vieren wij dat ondanks al onze streken, het licht de duisternis toch overwonnen heeft. En dat maakt dat u dit verhaal vanmorgen over u gaat, waar u ook bent of wat u ook doet. Dat maakt dat wij ondanks alles gemeente van Christus zijn, namelijk met hem verenigd in zijn vlees, maar toch begenadigd door de allerhoogste. 

Ja, soms doen wij mensen het voorkomen alsof wij kiezen voor God, of dat wij nu moeten kiezen voor het kerstkind, alsof dat een keuze is die je maakt net zoals je je energieleverancier of telefoonmaatschappij kiest. Maar dat is een foute voorstelling van zaken. Ik kies niet God, maar God kiest mij. En niet alleen mij, maar ook u, u en u. God kiest ons, heel dat zootje mensen met al hun mooie kanten en met al hun streken. 

Daarom, spreek ik u toch maar aan met die aloude woorden, gemeente van onze heer Jezus Christus, want wij zijn door God gekozen en aan elkaar gegeven als broeders en zusters. Wij zijn het in wie Christus wil wonen, in wie God geboren wil worden. 

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen. 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.