Eén is het brood…

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 

Het is weer fijn om vandaag in uw midden te zijn. Ik en Kees hebben een goede vakantie gehad hoewel corona nog steeds alles anders maakt als anders. Normaal vinden we het fijn om in de zomervakantie mee te gaan met een excursiereis ergens in Europa. Misschien hebt u dat ook wel eens gedaan. Met de bus heerlijk toerend door het landshap. Bij zo’n busreis ben je ook nooit alleen, je reist altijd met een groep. Bijna twee weken trek je intensief met deze mensen op. U kent dat wel. Je maakt gesprekjes, vraagt waar iemand vandaan komt, wat hij of zij in het dagelijks leven doet, enz. Wat opvalt is dat er al heel snel allerlei verbanden ontstaan binnen zo’n groep. Als je goed oplet zie je wie met wie contact heeft en wie niet. Het beste zag je dat nog aan tafel. Wie gaat bij wie zitten? Soms is dat een heel spel. Soms zijn mensen juist heel snel zij of treuzelen ze juist tot ze bij de goede tafel zitten. In onze groep was het zo dat op er op den duur een subgroepje ontstond. Zes mensen trokken voortdurend met elkaar op en zaten op den duur ook bij elkaar aan één tafel. De anderen kwamen er niet meer tussen of sterker nog sommigen van de overigen 24 wilden niet eens meer aan die tafel zitten. Zo gesloten was het groepje. Zo gaat het al in een kleine groep van nog geen 30 mensen. In feite is het allemaal maar heel onschuldig en eerder vermakelijk om te zien. Maar helaas is het wat minder onschuldig als het gaat om die grote groep van mensen die wij wereld noemen. Ook daarin staan tafels en door de geschiedenis heen is het langzamerhand duidelijk geworden wie waar moet zitten. Het rijke westen bij het rijke westen, de derde wereld bij de derde wereld, blank bij blank, zwart bij zwart, joden apart van de Palestijnen, mensen met een top-inkomen apart van de fabrieksarbeiders, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Als je onze wereld zou vergelijken met een groot restaurant, dan zouden daarin allerlei soorten tafeltjes staan, van rijk gedekt tot heel sober, en er zouden dus ook kaartjes bij de borden staan wie waar hoort te zitten. De plaatsen zijn vergeven en waag het niet om ergens anders te gaan zitten. En zonder u ergens van te willen beschuldigen, denk ik dat het bij ons niet veel anders is. Ook wij hebben vaak duidelijk bepaald wie er aan onze tafel mogen zitten en wie niet. Ja, de buren van hiernaast wel, dat zijn fijne mensen, maar die van de andere kant, nee, dat heb ik liever niet. We kennen allemaal wel mensen die wij liever niet aan onze tafel zien of juist mensen die een graag geziene gast zijn, mensen waarmee je gezien wilt worden, waarmee je goed kunt pronken. 

De wereld als een restaurant met vele verschillende tafels. Dat was ook de wereld die Jezus in zijn dagen aantrof. Je had de wereld van de joden en de wereld van de heidenen. Die twee waren scherp van elkaar gescheiden, 

ieder aan een aparte tafel. In het voorafgaande gedeelte vertelt Marcus zelfs dat zelfs het brood dat van de tafel van de joden valt niet bestemd is voor de heidenen. Stel je voor dat zij ook maar een kruimeltje zouden eten. Nee, ieder zijn plaats. Zo dacht Jezus er zelf ook over, maar hij werd door de Syrofenische vrouw op andere gedachten gebracht. In het gedeelte van vandaag vertelt Marcus dat Jezus er nu heel anders mee omgaat. Marcus vertelt een broodverhaal met zeven broden en een paar vissen, een verhaal dat wij vaak ten onrechte de wonderbare spijziging noemen. Eerder in het evangelie staat ook zo’n verhaal. Dat is het verhaal van de vijf broden en de twee vissen. Als daarvan gedeeld is blijven er twaalf manden over. Vandaag begint het verhaal dus met 7 broden en een paar visjes. Na het uitdelen blijven er 7 manden over. Je kunt je afvragen waarom Marcus dit broodverhaal twee keer vertelt? Dat is eigenlijk niets voor Marcus, want anders is hij altijd heel beknopt in wat hij schrijft. Zijn evangelie is dan ook het kortste dat we kennen. Er moet dus meer achter zitten? En dat is ook zo. Op het eerste gezicht lijken die twee broodverhalen op elkaar, maar wie goed kijkt ontdekt de verschillen. Niet alleen de getallen zijn anders, maar er is nog een veel groter verschil. Beide verhalen spelen zich op een ander grondgebied af. Het eerste verhaal speelt zich af op joods gebied en het tweede op heidens gebied. Eigenlijk gaat het om twee tafels die normaal gesproken strikt van elkaar gescheiden waren. De joden aan de ene tafel en de heidenen aan de andere. Wat Marcus ons wil vertellen is dat Jezus deze scheiding doorbreekt. Hij breekt aan beide tafels het brood en wat blijkt: er is genoeg voor iedereen. Aan de joodse tafel blijven na afloop 12 manden over. Eén mand voor elke stam van Israël. M.a.w. voor heel Israël is er meer dan genoeg. Maar Jezus breekt ook het brood aan de tafel van de heidenen en ook daar is er meer dan genoeg. Daar blijven na afloop 7 manden over. Precies genoeg voor alle volkeren van de wereld, want 7 of 70 staat in de bijbel symbool voor alle volkeren van de wereld. Jezus trekt zich dus niets aan van die scheiding tussen de twee tafels. Hij deelt overal…. 

Maar dat wordt hem niet in dank afgenomen. De eersten die met hun kritiek klaar staan, zijn de farizeeërs. Direct na het tweede broodverhaal komen ze naar Jezus toe. Ze beginnen met hem te discussiëren en stellen hem op de proef. Geef ons een teken uit de hemel, zeggen ze. Maw ze vragen van Jezus een soort legitimatie. Wie ben jij wel dat jij zomaar de grenzen durft over te gaan en aan een andere tafel durft te zitten? Jezus zucht…. Leren mensen het dan nooit? Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden! Verder ging Jezus niet met ze in discussie. Hij liet de Farizeeërs staan, stapte weer in de boot en voer van hen weg. Wat hier gebeurt is heel herkenbaar. Onze wereld bestaat uit tafels die strikt van elkaar gescheiden zijn en we hebben allerlei regels bedacht om dat zo te houden ook. Dat was ook zo in de dagen van Jezus. De omgang van joden en heidenen was aan strikte regels gebonden. Jezus wordt er moe van. Als ze dit al niet begrijpen, dat wij mensen zelf die scheidingen maken, wat haalt een teken dan nog uit? Maar ook zijn eigen leerlingen lijken het niet helemaal te begrijpen. Als Jezus de mensen ziet die bij hem gekomen zijn, dan krijgt hij medelijden met hen. Net als velen in het restaurant dat wereld heet, hebben ze honger. Ruim drie dagen hebben ze niets gegeten en toen Jezus dat zag draaiden zijn ingewanden zich om, zo staat het er letterlijk. Zo kon hij die mensen toch niet naar huis laten gaan? Met een lege maag? Als hij dat zou doen zouden sommigen het niet halen. Ze zullen bezwijken, zegt Jezus, want ze zijn van verre gekomen. Jezus vertelt wat hem bezighoudt aan zijn leerlingen: ik voel medelijden. Wat mij opvalt is dat de leerlingen niet ingaan op het medelijden dat Jezus met de mensen heeft, maar gelijk de schouders ophalen. Hun reactie lijkt meer iets van: nou en, we kunnen er toch niets aan veranderen, waar halen we het brood voor zoveel mensen vandaan ? Het is dezelfde reactie die je ook in deze wereld steeds weer terugziet? Het is nu eenmaal zoals het is, en wat kan ik er nu aan doen? Er verandert toch niets… We hebben allerlei smoesjes om de scheidslijnen tussen de tafels rustig te laten bestaan. Hoe komt dat toch? Waarom doet Jezus het anders? Misschien is het wel dit: de leerlingen lijken uit te gaan van een ideale situatie. Er zijn vierduizend mensen. Om al die mensen van eten te kunnen voorzien heb je ik weet niet hoeveel brood nodig. Vanuit dat gezichtspunt zal het zeker niet lukken, daar hebben ze gelijk in, maar dat is niet het gezichtspunt dat Jezus heeft. Hij kijkt niet naar de ideale situatie, maar naar dat wat op dit moment voorhanden is. Hoeveel broden hebben jullie bij je, vraagt hij? Zeven, antwoorden ze. Nou dan moeten we het daar maar mee doen. Laat de mensen op de grond zitten en deel dat wat je hebt. Iets is beter dan niets. Toen ze dat eenmaal deden, ontdekten de leerlingen dat er ook nog wat kleine vissen waren. Je dacht niets te hebben, maar als je anders gaat kijken, blijkt er toch nog van alles te zijn. Marcus vertelt dat de mensen brood aten totdat ze verzadigd waren en dat het overschot maar liefst zeven manden vol was. Het echte wonder is niet dat Jezus karrenvrachten vol brood uit de lucht heeft getoverd, maar dat hij de mensen heeft leren delen van dat wat voorhanden is. Eerder deed hij dat al aan de tafel van de joden, maar nu heeft hij de leerlingen laten zien hoe er ook aan de tafel van de heidenen gedeeld kan worden, maar nog hebben ze het niet begrepen. Na de discussie met de Farizeers stapt Jezus met hen in een boot. Wat blijkt: de leerlingen zijn vergeten om brood mee te nemen, schrijft Marcus. Wederom is er niets voorhanden. Daarover zijn ze met elkaar in gesprek. Er is geen brood. En weer kijken ze verkeerd. Ze denken aan een complete maaltijd met voor ieder meer dan genoeg, maar wat ze niet doen is kijken naar wat er is. Het lijkt wel of Jezus zegt: hebben jullie nu echt een plaat voor de kop. Hebben jullie het dan niet begrepen? Wat begrepen? Toe nou. Jullie waren er toch bij? Wat bleef er over van die vijf broeden? Twaalf korven. En van die zeven? Eh… zeven. Begrijpen jullie het nou nog niet? 

En dan lijkt Marcus een draai te maken in zijn verhaal. Hij schrijft dat de leerlingen geen brood hadden meegenomen, maar toch schrijft hij: er was één brood. Ongetwijfeld bedoelt hij Jezus zelf. 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, wij hebben ons leven en onze wereld opgedeeld in verschillende tafels. Maar in feite is er maar één. Alle mensen eten van het zelfde brood, van de God die ons allemaal het leven geeft. In de boot was één brood. En dán hoor ik de woorden: In de nacht van de overlevering nam Hij een brood, sprak de dankzegging uit, deelde het rond en zei: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. Het is jammer dat wij al zo lang de maaltijd van de Heer niet meer hebbben kunnen vieren, want telkens als wij dat doen, als wij brood breken dan weten we van het lichaam dat verbroken is tot een volkomen verzoening van al onze misgrepen. Van ons egoïsme. Jezus zet ons op de weg naar de Ene… Naar die éne wereld van mensen. Die weten van delen. Brood genoeg. Eén brood voor de velen. Hij de Éne. Begrijpen we het nu? 

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen. 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.