De wereld heeft geen hart

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

De twee lezingen van vanmorgen lijken wel tegengesteld aan elkaar te zijn. Aan de ene kant hebben we de profeet Joel die jubelt dat alles zo mooi is en goed gaat en aan de andere kant lezen we uit evangelie van Johannes over de leerlingen die bang en teleurgesteld zijn. Kortom bloei en groei tegenover stagnatie en verlies. Een contrast van dergelijke ervaringen maakte ik persoonlijk in de laatste weken als interimpredikant mee. Allereerst groei en bloei. Afgelopen donderdag was ik te gast bij een collega uit de opleiding van interimpredikanten. We waren op Urk waar hij in predikant is in de Gereformeerde Kerk. Als je daar bent weet je niet wat je meemaakt. Ze hebben een prachtig mooi, groot en nieuw gebouw: de poort. Maar dat is niet alles. Als je hoort hoe het gemeenteleven daar gaat dan duizelt het je voor ogen. De poort is niet het enige kerkgebouw van de gereformeerden. Nee in totaal hebben ze er drie waar per zondag tegen de 2000 mensen komen. Ook de kerkenraad is op dat aantal aangepast. Schrik niet, de totale kerkenraad bestaat uit 130 ambtsdragers. Allemaal mannen trouwens. Stel je voor 130 ambtsdragers dat zijn er meer dan wij zo bij elkaar zijn deze morgen. Als je dat afzet tegen onze zoektocht om 1 of 2 diakenen te vinden dan schaam je je wel. Nog zo’n aantal waarvan je duizelt. Elk jaar is er belijdeniscatechisatie. Daarvoor melden zich spontaan zo’n 60 tot 70 jongeren aan. Het zijn aantallen waarvan wij alleen maar kunnen dromen. Groei en bloei, net als bij de profeet Joël. Maar die andere ervaring van teleurstelling, krimp en stagnatie had ik ook. In beide gemeentes waar ik nu werk is sprake van teruggang en sanering. In Daarlerveen zal de predikantsplaats met de helft moeten worden teruggebracht. Ook blijft de kerkgang achter. In Borculo, Geesteren, Gelselaar en Haarlo, de andere gemeente waar ik werk, worden zeer waarschijnlijk alle 5 de kerkgebouwen gesloten om verder te gaan in 1 kerkgebouw. En misschien is dat ook nog niet genoeg en moet er in de toekomst worden samengewerkt met nog weer andere kerken. aar we gaan het nu pas merken. Waar de kerk in Urk nog volop deel uit maken van het sociale leven, dreigt de kerk op andere plaatsen steeds onzichtbaarder te worden. Al met al een zorgelijke situatie. Een situatie die als je het mij eerlijk vraagt ook niet meer veranderen veranderen zal. Dit proces zal in de komende jaren alleen nog maar verder doorzetten. Dan kun je denken: gelukkig zijn we hier in Heino nog niet zo ver…. en dat is waar… zeker in vergelijking met andere plaatsen doen we het hier nog niet zo slecht. Maar toch: als je het ook hier nuchter bekijkt zijn ook wij in feite teruggegaan van twee gebouwen naar één, hebben we inmiddels geen kindernevendienst meer, nog maar een handjevol dopelingen en noem maar op … Nu is het niet mijn bedoeling om u vanmorgen somber te maken, dat ben ik zelf ook niet. Als interimpredikant kom je vaker in situaties van krimp terecht dan van groei en mensen vragen dan wel eens: vind je dat leuk of vind je dat niet erg. Ja, ik vind dat erg, maar somber, hopeloos ben ik niet. Ik geloof ook dat je daar als christen ook helemaal geen reden toe hebt, maar eerlijk is eerlijk, ik kan begrijpen dat anderen zich daar soms wel somber onder voelen. 

In die zin kunnen we ons herkennen in de leerlingen van Jezus. Johannes beschrijft hoe Jezus met met zijn leerlingen voor de laatste keer aan tafel zit. Ze eten samen en onder dat eten vertelt Jezus dat hij nog maar een korte tijd bij hen zal zijn… Jezus gaat de leerlingen verlaten. En dat nu roept bij de leerlingen een reactie op die te vergelijken is met die van ons. Hoe moet het nu met ons verder, roepen ze? Daarnaast worden de leerlingen ook bang en misschien zijn wij dat ook wel als het gaat om de toekomst van de kerk. Ook reageren de leerlingen teleurgesteld. Ze hadden zulke grote verwachtingen gehad van Jezus, stelde dat dan niets voor? Hij was toch de messias en was nou niet de messias degene die de wereld zou veranderen? Zo hadden ze het altijd geleerd: met de messias  zou er eindelijk gerechtigheid komen. De schurken van de wereld zouden een lesje geleerd krijgen en op hun plaats worden gezet. Maar, wat komt daar nog van terecht als Jezus van plan is om hen te verlaten? En niet alleen dat, de leerlingen vroegen zich ook af: en wij dan, wat stellen wij dan nog voor, zonder u? Dat gevoel van teleurstelling herkennen wij, herken ik, ook als het gaat om de kerk. Velen van u komen uit de tijd dat de kerk in het openbare leven nog een duchtig woordje meesprak. De mening van de kerk werd vroeger vaak vertaald naar hoe het er in het openbare leven aan toeging. Vroeger zou het bijvoorbeeld ondenkbaar zijn geweest dat een overheid winkeliers de ruimte zou geven om hun winkels op zondag open te doen. Dat kon de overheid gewoon niet maken, want ze wist dat de kerk daar heel anders over dacht. Tegenwoordig is dat allemaal anders. We zijn naar de marge verschoven. Lang niet altijd meer wordt naar de mening van de kerk gevraagd als het gaat om de zaken van de overheid. Geloven zo zeggen politici dat is niet iets voor de publieke ruimte, geloven dat moeten mensen maar in hun vrije tijd doen, daar hebben wij verder niets mee te maken. Ik haast me er trouwens wel bij te zeggen dat de gemeente Raalte daar een gunstige uitzondering op is. door de gemeente Raalte worden we als kerken regelmatig bij het werk van de gemeente betrokken. Maar toch… we voelen die teleurstelling over het betekenisverlies van de kerk wel, ik tenminste wel. Als het allemaal kleiner wordt, dan geldt ook voor ons de vraag: wat stellen wij dan met elkaar nog voor. Gaat er nog wel iets van de kerk uit? Is geloven alleen nog maar iets voor de privé ruimte geworden, geloof als een soort van hobby waar je wel of niet voor kiest of heeft dat geloof van ons ook nog betekenis voor de samenleving als geheel. Ja, wat merken mensen in Heino nog van ons als kerk op het dorp? 

Kan de lezing van vanmorgen ons hier ook helpen? Op het eerste gezicht is het een wat duistere tekst, maar als je goed leest zou het ons inderdaad wel eens een ander perspectief kunnen geven. Nadat Jezus heeft aangekondigd dat hij de leerlingen gaat verlaten, ontstaat er een levendig gesprek. De leerlingen hebben honderd vragen. Tussendoor merk je ook dat ze bang zijn, teleurgesteld en bezorgd. Jezus zegt dat de leerlingen gerust kunnen zijn, want zo verzekert hij hen: ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Ik beloof jullie dat er in mijn plaats een “andere trooster” komt. Dat lijkt een hele geruststelling, maar kennelijk neemt Judas met dat antwoord toch geen genoegen. Hij lijkt alsof hij denkt: mooi dat er voor ons een trooster komt, maar is dat niet maar één kant van het verhaal? Hoe zit het dan met de de wereld.  Judas verwoord zijn zorg als volgt: waarom zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekend maken, Heer? Even terzijde: de Judas die dit vraagt, zegt Johannes, is niet Judas Iskariot, het is dus niet degene die Jezus verraden heeft. Nee, het gaat hier om die andere leerling die toevallig ook Judas heet, Judas Tadeus. De vraag die deze Judas stelt is een belangrijke vraag en misschien ook wel onze vraag. Want is het geloof inderdaad alleen iets voor de ingewijden, voor de gelovigen, is het inderdaad zo dat geloven een privé zaak is en dat het met de wereld niets te maken heeft. Moeten we ons dan maar uit de wereld terugtrekken. Is dat de toekomst van de kerk? Hier en daar zie je dat christenen inderdaad doen. Juist nu ze kleiner worden, zoeken ze vooral elkaar op. Op zondag vieren ze het evangelie, in een kerkgebouw of desnoods ergens in een huiskamer, maar door de week geldt weer het gewone leven, alsof die twee niets met elkaar te maken hebben. Nee, de vraag van Judas is heel terecht: Hoe kan het nu Jezus, dat U wel voor ons uw betekenis wilt duidelijk maken maar niet voor de openbare orde, de gevestigde orde, de wereld? 

Het antwoord dat Jezus daarop geeft komt ons misschien wat wazig over, maar in de kern zegt hij ongeveer dit. Ik zou mijzelf wel aan de wereld willen duidelijk maken, maar dat kan ik niet, omdat de wereld geen hart heeft.  Alleen mensen hebben een hart, alleen mensen kun je aanspreken. Daarom kan Jezus zichzelf niet duidelijk maken aan de wereld of aan een bedrijf, of aan een vereniging, of aan Europa, of een stad, ja zelfs niet aan een dorp als Heino. We mogen dan wel spreken over het hart van Heino, maar dat is niet het hart dat Jezus bedoelt. Jezus kan alleen maar spreken tot een hart dat leeft, tot mensen dus. Daarom maak ik mij bekend aan jullie, mijn leerlingen. Ja, wie mij wil kennen, wie God wil kennen, mijn Vader, die mij gezonden heeft, zal dus mijn leerling moeten zijn. Er moet een hart zijn, een hart dat mij lief kan hebben, want zo zegt Jezus: wanneer iemand mij liefheeft zal hij mijn woord bewaren… Dat ik mij niet aan de wereld bekend zal maken, maar wel aan jullie, heeft dus alles te maken met de liefde, met het hart dus. 

Kijk maar eens naar je eigen ervaring met de liefde. Stel je houdt van iemand. Hoe kan die ander dat weten? Die ander weet dat met zijn hart, de ander voelt dat. Er is een soort van innerlijke band. Daarom doen de woorden die je spreekt er ook niet zoveel toe. Wat je zegt is in zekere zin bijzaak, hoofdzaak is dat jij je uit spreekt en dat die ander jou ter harte neem. Als iemand jou bemint, zal hij jouw woord behoeden. Zo is het ook met mij, zegt Jezus, wanneer iemand mij bemint, zal hij mijn woord behoeden. Wat Jezus met dat woord bedoelt, is dan ook gelijk duidelijk. Bij geloven denken we vaak dat het gaat om regels, om inzicht, om dogmatische waarheden. Maar dat is niet de taal van het hart en van de liefde. Wie lief heeft luistert achter de woorden, leest tussen de regels door. Wie Jezus liefheeft maakt van hem geen dogmatiek of een moraal. Wie Jezus liefheeft zoekt achter de woorden steeds weer naar het gelaat, het hart dat spreekt. En dat neemt hij ter harte. En wanneer hij op die manier Jezus bij zich binnenlaat, laat hij niet alleen Jezus binnen, maar ook de Bron waaruit Jezus leef: Abba Vader, God. Daarom kan Jezus niet zichtbaar worden in de wereldorde: er is geen hart, er is geen innerlijk, er is geen binnenkant waarin zijn spreken wordt gehoord en behoed. Nu zou je kunnen denken dat Jezus zegt dat geloof inderdaad iets is voor de prive-sfeer, voor de binnenkamer. Je zou op grond van deze tekst kunnen denken dat wij als kerken die kleiner worden ons maar beter kunnen terugtrekken op een eilandje. Met elkaar kunnen we er iets van maken, kunnen we het, ook als we kleiner worden, goed hebben met elkaar. Maar dan lezen we maar de helft, want Jezus zegt nog iets. Hij zegt: 

Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen verblijf bij hem houden. Ja, wie met liefde luistert, wordt zo zelf een verblijfplaats van de liefde, een tempel van de heilige Geest. Dat is de ware kerk. Niet het instituut, niet het gebouw, niet de activiteiten die we met elkaar organiseren, maar jij. We kunnen dan in aantal wel kleiner worden, maar zolang er mensen geraakt worden door de liefde van God, is God aanwezig in deze wereld, in de stad, in ons dorp… en dat zal zeker verschil maken.

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen. 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.